•  Retrait en 2 heures
  •  Assortiment impressionnant
  •  Paiement sécurisé
  •  Toujours un magasin près de chez vous
  •  Retrait en 2 heures
  •  Assortiment impressionnant
  •  Paiement sécurisé
  •  Toujours un magasin près de chez vous

Het aanvullen van de rechtsgronden

de betekenis van art. 8:69 Awb in het licht van art 48 (oud) Rv

R.W.J. Crommelin
Livre broché | Néerlandais | Meijers-reeks
50,30 €
+ 100 points
Date de disponibilité inconnue
Passer une commande en un clic
Payer en toute sécurité
Livraison en Belgique: 3,99 €
Livraison en magasin gratuite

Description

Er wordt in het burgerlijk procesrecht en het bestuursprocesrecht een onderscheid gemaakt tussen bevoegdheden met betrekking tot de feiten en met betrekking tot het recht. In het burgerlijk procesrecht bevatte art. 48 (oud) Rv de verplichting voor de rechter om ambtshalve de rechtsgronden aan te vullen. In dit arlikel werd ook een verbod om de feiten aan te vullen gelezen. De verplichting om de rechtsgronden aan te vullen staat nu in art. 25 Rv. Het verbod om de feiten aan te vullen staat deels in art. 24 Rv. In 1994 is art. 8:69 Awb in working getreden. In het tweede lid is bepaald dat de rechter verplicht is om de rechtsgronden aan te vullen. In het derde lid is bepaald dat de rechter bevoegd is om de feiten aan te vullen. Uit de parlementaire geschiedenis van dit artikel blijkt dat deze twee leden gebaseerd dan wel geïnspireerd zijn op de plicht om de rechtsgronden aan te vullen respectievelijk het verbod om de feiten aan te vullen van art. 48 (oud) Rv.
In dit proefschrift wordt de betekenis van art. 8:69 Awb onderzocht. Gezien het verband met art. 48 (oud) Rv luidde de onderzoeksvraag als volgt: wat is de betekenis van art. 8:69 Awb in het licht van art.48 (oud) Rv? Hiervoor is eerst onderzocht welke procesregels onder art. 48 (oud) Rv bestonden. Vervolgens is bekeken welke procesregels uit art. 8:69 lid 2 en 3 Awb volgen. Naast de betekenis van het tweede en derde lid is ook een (niet uitputtend) onderzoek gedaan naar de betekenis van het eerste lid van art. 8:69 Awb. Dit voor zover art. 8:69 lid 1 Awb van betekenis is voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb.
De onderzoeksvraag is benaderd vanuit het gezichtspunt van de rechter, de rechtshulpverlener of belanghebbende die zich in een zaak geconfronteerd ziet met de toepassing van art. 8:69 Awb en wil weten wat deze bepaling inhoudt en hoe deze werkt in het proces. Het gaat dan om vragen als: wat zijn de mogelijkheden van deze bepaling? Wat zijn de verplichlingen? Wat zijn de beperkingen? Wat kunnen de partijen verwachten en waarmee moeten zij rekening houden?
Dit boek maakt deel uit van het facultaire onderzoeksprogramma 'Geschillenbeslechting'.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Spécifications

Parties prenantes

Auteur(s) :
Editeur:

Contenu

Nombre de pages :
467
Langue:
Néerlandais
Collection :

Caractéristiques

EAN:
9789013046359
Date de parution :
24-04-07
Format:
Livre broché
Dimensions :
156 mm x 240 mm
Poids :
774 g
Librairie Club

Seulement chez Librairie Club

+ 100 points sur votre carte client de Librairie Club
Cadeau

Gagnez le double de points

sur nos best-sellers
Cadeau
Points doublés
Standaard Boekhandel

Les avis

Nous publions uniquement les avis qui respectent les conditions requises. Consultez nos conditions pour les avis.