In dit boek gaat Rudy Vandercruysse de dialoog aan met Rilkes late en rijpste dichtwerk: de Elegieën van Duino.
In negen hoofdstukken stelt hij de meest essentiële vragen naar een goed begrip van deze op het eerste gezicht hermetische, lange gedichten. Zonder de pretentie hierover het laatste woord te zeggen, wil de auteur begeestering wekken om in de rijke wereld van de elegieën binnen te treden.
Deze ‘klaagzangen’ zijn ontstaan tussen 1912 en 1922, voor, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Ze weerspiegelen de geestesgesteldheid van de moderne mensheid, die op extreme wijze van de natuurlijke wereld vervreemd is en met zijn eigen kwetsbaarheid en sterfelijkheid én met de grenzen van de planeet waarop (en waarvan) hij leeft geconfronteerd wordt. Het verrassende is dat deze elegieën naar het einde toe een hymnische toon aannemen en het (korte) leven op aarde ondanks en mét het lijden en sterven verheerlijken: Hierzijn is heerlijk.
Nous publions uniquement les avis qui respectent les conditions requises. Consultez nos conditions pour les avis.